
Een toets, casus of praktijkopdracht kan helpen om zichtbaar te maken wat deelnemers tijdens een scholing hebben geleerd. Maar toetsen heeft nog een andere functie: het kan deelnemers juist helpen om de inhoud beter te verwerken en toe te passen.
Bij een accreditatieaanvraag kijken beoordelaars daarom niet alleen óf er wordt getoetst, maar ook naar wat je ermee wilt bereiken en of de gekozen vorm daarbij past.
Toetsen is óók leren
Sommige deelnemers ervaren een toets als schools of als een vorm van controle. Daardoor kan de wens ontstaan om een scholing liever zonder toets af te ronden. Maar een toets hoeft niet alleen bedoeld te zijn om te controleren of iemand voldoende heeft geleerd.
Een goede toets of opdracht zet deelnemers opnieuw aan het denken over de aangeboden stof. Ze halen kennis actief terug, leggen verbanden en passen het geleerde toe. Daarmee wordt de toets onderdeel van het leerproces zelf.
Dat hoeft bovendien niet altijd een traditionele kennistoets te zijn. Een casus, praktijkopdracht of andere actieve vorm kan deelnemers eveneens uitdagen om met het geleerde aan de slag te gaan.
Wat wil je bereiken?
Begin bij de vraag wat een deelnemer na afloop van de scholing moet kennen of kunnen. De manier waarop je toetst, moet daarbij passen.
Wil je bijvoorbeeld weten of iemand bepaalde kennis beheerst? Dan kan een kennistoets passend zijn. Moet een deelnemer kennis kunnen toepassen in een praktijksituatie? Dan geeft een casus of praktijkopdracht vaak meer informatie. De vorm volgt dus uit wat je wilt bereiken.
Sluit de toets aan bij de scholing?
Bij de beoordeling kijken we onder andere of een toets of opdracht:
✔ aansluit bij de inhoud en leerdoelen van de scholing;
✔ past bij het niveau van de scholing;
✔ voldoende laat zien of deelnemers de aangeboden kennis of vaardigheden beheersen;
✔ alleen goed kan worden gemaakt wanneer de deelnemer de scholing daadwerkelijk heeft gevolgd.
Vooral dat laatste is interessant. Een toets met vragen die iemand eenvoudig vanuit algemene vakkennis kan beantwoorden, zegt minder over wat tijdens jouw scholing is geleerd.
Maak van toetsen een waardevol leermoment
Er bestaat niet één toetsvorm die voor iedere scholing geschikt is. Kijk daarom niet alleen naar wat je wilt beoordelen, maar ook naar wat de toets de deelnemer kan opleveren. Vraag jezelf bijvoorbeeld af: welke opdracht helpt mijn deelnemers om nog één keer actief met de belangrijkste inhoud van de scholing aan de slag te gaan? Zo wordt toetsen geen los controlemoment aan het einde van de scholing, maar een waardevol onderdeel van het leren zelf.